Spirometers
Interpretatie Spirometrie

Spirometrie Interpretatie

We behandelen hier enkel de interpretatie van de flow-volume curve. De andere spirometrie testen worden niet behandeld.

Indien de spirometriecurve van goede kwaliteit is en reproduceerbaar is (3 goed geblazen curves waarvan de 2 beste FEV1's en de 2 beste FVC's niet meer dan 150 mL verschillen) zal men de gemeten waardes vergelijken met de normaalwaardes. De standaard referentie zijn de voorspelde GLI-waardes (Global Lung Initiative).

Er zijn verschillende manieren om deze vergelijking te maken:

Een belangrijk onderscheid tussen de klassieke interpretatieregels en de nieuwere LLN of Z-score is dat bij de nieuwere interpretatieregels de verhouding FEV1/FVC niet meer een vaste ondergrens (van 70%) heeft voor de hele populatie, maar dat deze ondergrens afhankelijk is van de leeftijd.

De flow-volume curve kan 4 onderscheidende vormen hebben die gelinkt zijn aan bepaalde pathologieën: obstructief longlijden, restrictief longlijden, gemengd longlijden en bovenste luchtweg obstructie.

Normale Spirometrie

normaal spirometrie
FEV1: normaal
FVC: normaal
Tiffeneau: normaal

Obstructief Longlijden

spirometrie Obstructive Lung Disease
FEV1: normaal of ↓
FVC: normaal
Tiffeneau: ↓

Restrictief Longlijden

spirometrie restrictief longlijden
FEV1: normaal of ↓
FVC: ↓
Tiffeneau: normaal of ↑

Gemengd Longlijden

spirometrie Gemengd Longlijden
FEV1: ↓
FVC: ↓
Tiffeneau: ↓

Normale Spirometrie

Een normale expiratoire flow-volume curve heeft een driehoekige vorm met de top aan de linkerkant, vlak tegen de Y-as. Het inspiratoire gedeelte van de curve heeft de vorm van een halve cirkel.

De spirometrie waardes zijn hoger dan 80% van de voorspelde waardes, en de Tiffeneau index (FEV1/FVCx100) is groter dan 70 of de gemeten waardes zijn allemaal hoger of gelijk aan de LLN waarde.

Obstructief Longlijden

Obstructief longlijden is de meest voorkomende diagnose van longpathologie die gesteld wordt met behulp van een spirometer. De Tiffeneau index is lager dan 70 of lager dan de LLN waarde, wat zich uit in een concave expiratoire flow-volume curve.

Wanneer obstructief longlijden wordt vastgesteld wordt vaak een post-medicatie test uitgevoerd na toediening van een bronchodilatator, zoals salbutamol (Ventolin). Als de obstructie reversibel is (éénsecondewaarde stijgt significant na bronchodilatator) heeft de patiënt vermoedelijk astma.

Restrictief Longlijden

Een diagnose van restrictief longlijden kan niet met een spirometer gesteld worden omdat spirometers het residuele volume (dat in de longen blijft na een maximale uitademing) niet kunnen meten. Een spirometrie test kan echter wel heel suggestief zijn voor restrictief longlijden als de FVC te laag is (lager dan 80% van de voorspelde waardes of lager dan de LLN waarde).

Piekstroom kan normaal zijn bij restrictief longlijden maar is vaak ook laag.

Gemengd Longlijden

Een spirometrie test van een patiënt met gemengd longlijden vertoont tekenen van zowel obstructief als restrictief longlijden: zowel Tiffeneau als FVC zijn te laag.

Bovenste Luchtweg Obstructies

Bij deze pathologieën is de flow-volume curve afgeplat. Er zijn drie onderscheidende vormen:

Bovenste luchtwegobstructies zijn zeldzaam.

Normale spirometrie

normale spirometrie
PEF: normaal
PIF: normaal

Extrathoracale Obstructie

spirometrie extrathoracale bovenste luchtwegobstructie
PEF: normaal
PIF: ↓

Intrathoracic Obstructie

spirometrie intrathoracale bovenste luchtwegobstructie
PEF: ↓
PIF: normaal

Gefixeerde Obstructie

spirometrie gefixeerde bovenste luchtwegobstructie
PEF: ↓
PIF: ↓

Meer informatie over spirometrie.